 |
|
|
 |
ENRICO FABRIS:
‘Ik wacht al vier jaar op
de Olympische Spelen 2010’
Zenuwachtig is hij nog niet, daarvoor zijn de Olympische Spelen nog iets te ver weg. Maar dat neemt niet weg dat hij al sinds de zomer bezig is met dat ene doel: goud in Vancouver, in februari 2010. Schaatser Enrico Fabris over trainen, motivatie en zijn Nederlandse fans.

Natuurlijk zijn het EK en WK ook belangrijk, beaamt Enrico Fabris door de telefoon. “Maar de kans om een Olympische medaille te winnen, krijg je maar één keer in de vier jaar. Het is zo’n enorm evenement, met zoveel media aandacht. Een Olympische medaille heeft voor mij veel meer gewicht dan een medaille bij een ander kampioenschap.” Sinds de zomer staat alles daarom in het teken van de Olympische winterspelen in Vancouver. Momenteel traint hij zo’n zes uur per dag op het ijs; in de zomer werd schaatsen afgewisseld met trainen op de fiets, fitness en rolschaatsen.
Hoofd koel
Twee gouden Olympische plakken heeft de Italiaan inmiddels in de kast hangen. Nu, vier jaar later, heeft heel Italië en het ECO-job team alle hoop op hem gevestigd om weer een dergelijk succes te behalen. Hoe houdt Fabris zijn hoofd koel, met al die mensen die willen en verwachten dat hij wint? “Ik probeer er niet aan te denken, en ook niet aan het feit dat ik al een keer gewonnen heb. Ik voel me nu heel relaxed, hopelijk blijft dat zo.” Naast de schaatstrainingen is er bovendien aandacht voor de mentale gesteldheid van de schaatsers. “We hebben een paar keer een psycholoog op bezoek gehad tijdens een trainingskamp. We oefenen bijvoorbeeld om onze zenuwen onder controle te krijgen. Je moet niet teveel adrenaline hebben, maar ook niet te relaxed zijn. We leren die adrenaline te doseren.”
Motivatie
Het trainingsschema verschilt overigens nauwelijks van niet-Olympische seizoenen. “Het zou dom zijn om je schema te veranderen vlak voor zo’n belangrijk evenement”, weet Fabris. “Wel zijn de trainingen wat intensiever. Iedereen is tot het uiterste gemotiveerd en wil straks het beste uit zichzelf kunnen halen. Je kunt dan ook niet zonder je teamgenoten bij zo’n voorbereiding, je steunt en helpt elkaar.” Hoe motiveert hij zich om dag in, dag uit op het ijs te staan en alles te geven? “Als de wedstrijden nog ver weg zijn, en iedere dag dezelfde dingen moet doen, raak je wel eens verveeld ja”, geeft de schaatser en milieukundestudent toe. “Maar toch moet je jezelf dan weer op zien te peppen. Ik ben nu in de gelegenheid om me helemaal aan het schaatsen te wijden. Daar wil ik dan ook alles voor geven, vooral nu met de Spelen op komst.”
Alles geven
Tot slot wil Fabris graag nog een woordje richten tot zijn Nederlandse fans, waar hij bijzonder blij mee is. “Zij maken het voor mij altijd geweldig om in Nederland te schaatsen. Ze zijn zo aardig tegen me en moedigen me altijd aan. Ik wil graag tegen ze zeggen dat ze op me kunnen rekenen, en dat ik alles zal geven wat ik heb om me tijdens de Spelen van mijn beste kant te laten zien.”
|
 |
|